Ga naar
- Werkkostenscan
- Overzicht vergoedingen
- Wettekst en toelichting
- Nieuwsarchief
- Workshop
- FAQ & TIPS
- Zoeken binnen Werkkostenregeling.net
De nieuwe workshop
De werkkostenregeling 2015
2 sporen
Totaal vernieuwd en uitgebreid
Alles weten over de Werkkostenregeling? "De Werkkostenregeling 2015: 2 sporen". In de nieuwe workshops gaan we natuurlijk in op de veranderingen en verbeteringen die het ministerie van Financiën voorstelt. Ook aandacht voor "hoe verander ik de arbeidsvoorwaarden", "de onderbouwing van de vaste kostenvergoeding" en "hoe voer ik zelf een scan uit". De nieuwe workshops zijn geschikt voor personen die zich voor het eerst verdiepen in de werkkostenregeling maar door de nieuwe onderdelen ook prima als aanvulling op de workshops die in 2010, 2011,2012 en 2013 gehouden zijn. Lees hier meer over de workshops. Kijk voor meer informatie en de data op www.bdo.nl/alp.
.
Verscherping 30%-regeling
Op grond van de Wet op de loonbelasting 1964 is een vergoeding voor kosten van verblijf buiten het land van herkomst (extraterritoriale kosten) gericht vrijgesteld. Voor bepaalde werknemers die naar het buitenland worden uitgezonden of vanuit het buitenland worden geworven, geldt onder voorwaarden een forfaitaire tegemoetkoming voor deze extraterritoriale kosten. Deze regeling is beter bekend als de 30%-regeling.
De regeling wordt op een aantal punten aangepast:
1. Het criterium dat een ingekomen werknemer moet beschikken over een “specifieke deskundigheid” wordt voortaan ingevuld door een salarisnorm. Bij een salaris dat ten minste gelijk is aan deze norm, wordt de werknemer geacht te beschikken over een specifieke deskundigheid en bij een salaris onder deze norm niet. Voor deze salarisnorm wordt aansluiting gezocht bij het inkomenscriterium uit de kennismigrantenregeling voor werknemers van 30 jaar of ouder met dien verstande dat de salarisnorm voor de 30%-regeling refereert aan het loon dat bij de werknemer wordt belast (het loon exclusief gericht vrijgestelde vergoedingen). Dit in tegenstelling tot het criterium binnen de kennismigrantenregeling waar het salaris ook onbelaste vergoedingen als de 30%-regeling omvat. Deze norm is voor 2011 € 50.619, en wordt jaarlijks geïndexeerd. Naast het criterium dat de ingekomen werknemer een “specifieke deskundigheid” moet bezitten, blijft als voorwaarde voor de 30%-regeling het criterium gelden dat die specifieke deskundigheid in Nederland “niet of schaars” aanwezig moet zijn. Het gaat om cumulatieve criteria. Voor werknemers die op grond van de salarisnorm geacht worden een specifieke deskundigheid te bezitten, moet derhalve ook getoetst worden of die deskundigheid in Nederland niet of schaars aanwezig is.
2. De 30%-regeling wordt ingeperkt door aanscherping van de kortingsregeling. Deze regeling houdt in dat de looptijd van de 30%-regeling met eerdere perioden van verblijf of tewerkstelling in Nederland wordt verkort. Onder de huidige kortingsregeling werkt de 30%-regeling te ruim uit. Thans wordt de looptijd van de 30%-regeling (maximaal 10 jaar) verkort met eerdere perioden van verblijf of tewerkstelling in Nederland, tenzij deze eerdere periode van verblijf of tewerkstelling meer dan 10 jaar geleden is geëindigd en de werknemer in die periode van 10 jaar niet in Nederland heeft verbleven of tewerkgesteld was.
Perioden van verblijf of tewerkstelling die meer dan 15 jaar geleden zijn geëindigd, tellen thans in geen geval mee. De toetsingsperiodes voor deze kortingsregeling worden vervangen door een toetsingsperiode van 25 jaar.
Elke eerdere periode van verblijf of tewerkstelling in Nederland in die 25 jaar en ook een eerdere periode van verblijf of tewerkstelling in Nederland die langer dan 25 jaar geleden is begonnen, maar minder dan 25 jaar geleden is geëindigd, zal dus in mindering komen op de looptijd van maximaal 10 jaar.
3. Werknemers die woonachtig zijn in het buitenland in een gebied dat aansluit op de grens van Nederland worden uitgesloten van de 30%-regeling door de definitie van een ”ingekomen werknemer” aan te passen. Op grond van de nieuwe definitie moet het gaan om een werknemer die voor tewerkstelling in Nederland op een afstand (straal) van ten minste 150 kilometer van de Nederlandse grenzen woonachtig was.
4. Voor jonge buitenlanders die in Nederland promoveren en die voorafgaand aan die periode van promoveren in het buitenland verbleven, wordt bepaald dat die periode van promoveren bij de toets of een werknemer “uit het buitenland is aangeworven” buiten beschouwing blijft. Hierdoor kan een buitenlandse promovendus die de leeftijd van 30 jaar nog niet heeft bereikt en die na zijn promotie in Nederland wordt tewerkgesteld, als ingekomen werknemer kwalificeren. Hij kan dan, indien hij ook aan de overige voorwaarden voldoet, gebruikmaken van de 30%-regeling. Verblijf voor de promotie in Nederland gaat voor deze groep niet langer ten koste van hun recht op toepassing van de 30%-regeling. Omdat de onder 1 genoemde salarisnorm in veel gevallen hoger zal zijn dan het salaris van een promovendus of net gepromoveerde werknemer, zal voor deze jonge promovendi een afwijkende salarisnorm gaan gelden. Deze verruiming geldt niet alleen voor werknemers die in Nederland zijn gepromoveerd, maar ook voor werknemers die in het buitenland zijn gepromoveerd. Als voorwaarde geldt hierbij dat het moet gaan om een tewerkstelling in Nederland binnen een jaar na promoveren. Ook voor deze salarisnorm voor in het buitenland gepromoveerde werknemers wordt aansluiting gezocht bij de kennismigrantenregeling, namelijk bij de salarisnorm in die regeling voor kennismigranten die zijn afgestudeerd in Nederland. Dit salariscriterium bedraagt in 2011 € 26.605 per jaar en dit criterium wordt jaarlijks geïndexeerd. Net als onder 1 geldt dat deze norm voor de 30%-regeling refereert aan het loon dat bij de werknemer wordt belast.
De reeds afgegeven beschikkingen voor toepassing van de 30%-regeling zullen worden geëerbiedigd. De huidige regelgeving biedt de inspecteur met ingang van het zesde jaar van de looptijd echter wel de mogelijkheid om aan de inhoudingsplichtige te verzoeken aannemelijk te maken dat de werknemer nog steeds dient te worden aangemerkt als ingekomen werknemer in de zin van de 30%-regeling. Een werknemer die derhalve de 30%-regeling op enig moment na 1 januari 2012 vijf jaar (60 maanden) toepast en naar de dan geldende regelgeving niet meer als ingekomen werknemer kwalificeert (dus op het toetsmoment niet voldoet aan het salariscriterium en/of voor indiensttreding in de eerder genoemde grensstreek woonachtig was), zal na die 5 jaar derhalve niet langer recht hebben op de 30%-regeling.
Werknemers die op 1 januari 2012 de 30%-regeling al langer dan 5 jaar toepassen, zijn dit toetsmoment gepasseerd en zullen voor de resterende looptijd recht behouden op de 30%-regeling. De vastgestelde looptijd van een voor 1 januari 2012 afgegeven 30%-beschikking zal na 1 januari 2012 niet op grond van de nieuwe regelgeving worden bijgesteld. De verruimde kortingsregeling zal derhalve alleen gaan gelden voor nieuwe gevallen.
De verruiming voor promovendi geldt met ingang van 1 januari 2012.
Wellicht ten overvloede wordt er nog op gewezen dat werknemers die thans gebruikmaken van de 30%-regeling, maar die daar op grond van aangepaste wet- of regelgeving niet langer gebruik van kunnen maken, als werknemer met extraterritoriale kosten doorgaans nog wel in aanmerking zullen komen voor de gericht vrijgestelde vergoeding van de werkelijke extraterritoriale kosten.
Bron: Belastingplan 2012